Riette van Dijk & P8
Objecten 5: Tactiel Textiel Katoen kwam uit India en Egypte, zijde uit China, laken uit Leiden. Het maken van textiel is door de eeuwen heen ontwikkeld van ambacht tot digitaal productieproces. Textiel is vanzelfsprekend aanwezig in ons leven. Textiel beschermt, omwikkelt, kietelt, houdt warm, verbindt, geeft kleur, verbergt en onthult, maakt ons mooi of juist niet, geeft identiteit. In de afgelopen jaren heb ik gewerkt aan objecten en votief- kleden. Het werk refereert aan de vroege productie en gebruik van textiel. In het vijfde project onder de werktitel “The Room of Hope” onderzoek ik de beeldende en expressieve mogelijkheden van textiel. Soms vormgevend, soms als drager van mijn schilderwerk. Objecten 4: Wonderbaarlijke mensen In het project “the Room of Hope” zet Riëtte van Dijk sinds 2009 thema’s als vergankelijkheid en vervreemding centraal. Thema’s die zij gestalte geeft met gebruik van steeds nieuwe vormen, composities en materialen. Voor deze expositie heeft Riëtte van Dijk  bijzondere poppen gemaakt van verschillende materialen. Ze lijken vanzelfsprekend aanwezig. Waarom dat zo is? Ze troosten en omarmen; laten tegelijk een verontrustende wereld zien, waarin het onvolmaakte veel ruimte krijgt.  Onder de titel “Stilte A.U.B.” refereren haar poppen aan  menswaardigheid. Zij “vertellen hun verhaal” in het kerkje. In de expositie “Stilte A.U.B.”  zijn daarnaast bronzen te zien. (www.riettevandijk.nl) “Poppen zijn imitaties van levende wezens of fantasiefiguren. De eerste poppen hadden een religieuze functie. Soms werden poppen als geluksbrengers cadeau gegeven, soms als “ lesmateriaal” of vruchtbaarheidssymbool gebruikt  en pas later als speelgoed. Poppenkast- poppen en marionetten hebben een theatrale, dramatische functie. Materialen en uitdrukkingen van poppen waren vanaf het begin gebaseerd op hun  functie. Poppen werden en worden gemaakt van steen, klei, hout, stof en andere materialen. Poppen spelen vanouds een rol in de toneelkunst. In de folklore tref je wel reuzen aan, stadsreuzen, die je als zeer grote pop kunt beschouwen .” Objecten 3, Room of hope De objecten zijn assemblages van “objets trouvées”. Net als in mijn (reliëf-) schilderijen, maak ik met dit materiaal beelden van verstilde levens, waarin het bizarre en het kwetsbare samenkomen. Mijn objecten ogen meestal monochroom, zijn uitgevoerd in was. Objecten 2, “een concept" De zeer oude zingt: Er is niet meer bij weinig Noch is er minder Nog is onzeker wat er was Wat wordt wordt willoos Eerst als het is, is het ernst Het herinnert zich heilloos En blijft ijlings Alles van waarde is weerloos Wordt van aanraakbaarheid rijk En aan alles gelijk Als het hart van de tijd Als het hart van de tijd Lucebert, 1974 Miljarden mensen zetten en hangen veelal in serie gemaakte afbeeldingen, beeldjes en objecten in hun huis. Ooit waren ze van waarde voor de bezitter: om troost te geven, genezing, spel, herinnering, herkenning, “thuis-gevoel” tot het vullen van een lege hoek. Die enorme hoeveelheid - afgedankte - stille getuigen geeft een fascinerende indruk van “de ziel” van de Nederlanders. Al heel lang zijn kunstenaars, designers, modemakers, architecten, bezig om nieuwe afbeeldingen, beelden en vormen te maken. Daarbij geleid door de wetten van de kunsten, waarin het begrip “kwaliteit” een belangrijke rol speelt. Een kunstenaar moet het ambacht beheersen, dus alle ingezette artistieke middelen vakkundig gebruiken. Bovendien moet de kunstenaar persoonlijke uitdrukkingsvaardigheid tonen, door een eigen, unieke beeldtaal te ontwikkelen en toe te passen. Startpunt is voor van Dijk het verzamelen van de stille getuigen. Ze kiest alleen die spullen, die naar haar oordeel voldoende beeldende en expressieve mogelijkheden hebben. Ze demonteert, bewaart alleen wat zij waardevol acht. Vervolgens assembleert zij nieuwe objecten. In november 2007 presenteerde van Dijk dit werk voor het eerst, in het kerkje van Persingen. "Objecten 1, een project" (zie archief) Oude huizen, boerderijen, monumenten, ruines. Afgetakeld, vervallen, ontmanteld en gesloopt of..... gerestaureerd. Talloze keren zag ik – gefascineerd - zware balken als dragend skelet, meestal van een dak, de lucht in steken. Aangetast door de jaren is het gekromd, heeft het gekreund en gekraakt. Is het vermolmd. Balken, te zwaar om te tillen door twee mannen. Even later - als nutteloos materiaal - op een hoop gegooid. Dragend hout. Ambachtelijk gevormd en bewerkt, functioneel, door toegewijde handen. Al heel lang wilde ik met dit hout werken. De aantasting van al die jaren volgen, de vorm volgen, de boom volgen.... . De kracht volgen, zagen en hakken.. Ik begon er aan en had nog geen idee waar ik uit zou komen. Al werkend werd me duidelijk (gemaakt), dat ik er daarmee nog niet was. Want de functionele vorm bleef sterk aanwezig. Op een moment, ik kan het achteraf niet meer aanwijzen, begon ik tekeningen op het ruwe hout te schetsen. In mijn eigen beeldtaal. Dat beviel me. Ik besloot het hout te schuren en te harsen, te pleisteren en te polijsten, een nieuwe huid te geven, meegaand met de vorm. Het werden serene objecten, waar ik zonder aarzeling mijn beeldtaal aan toevoegde: mensen en symbolen. Nu echter niet op het platte vlak, maar in een met toewijding geschapen, driedimensionale omgeving. Het dragend hout heeft een gezicht gekregen. Twee jaar heb ik er aan gewerkt. Het resultaat van dit project is eind 2007 geëxposeerd in het kerkje van Persingen (Ooypolder bij Nijmegen).